“Met Miho hebben we zeker een grote troef voor deze WK”, erkent bondscoach Johan de Wit van Japan onmiddellijk. “Ze wil heel graag wereldkampioene Allround worden. Ze had voor het sprinten kunnen kiezen, dat is een ‘makkelijke’ titel voor haar. Vorige keer in Hamar (2020, red.) won ze met bijna anderhalve punt voorsprong op Nao Kodaira. En deze keer is ze nog beter dan destijds, daarom verwachtte ik dat ze opnieuw de WK Sprint zou kiezen. Heeft ze echter niet gedaan, omdat ze allrounden mooier vindt.”
Drie jaar geleden reed de 27-jarige Aziatische in een week op twee verschillende continenten een wereldkampioenschap Allround en het wereldkampioenschap Sprint. Tussen 23 februari 2019 en 3 maart was ze actief op de WK Sprint in Heerenveen en de WK Allround in Calgary. Dat kon toen nog, want het was de laatste keer dat beide toernooien afzonderlijk van elkaar werden afgewerkt. Ze eindigde twee keer als tweede. De Wit: “Het jaar erna greep ze de mondiale sprinttitel in Hamar. Eigenlijk is het heel jammer voor haar dat de toernooien nu in een weekend zijn gepropt. Ik voeg eraan toe: onbegrijpelijk, bekeken vanuit het oogpunt van de internationale schaatsunie. Je wilt toch de beste rijders aan de start hebben? Dat is voor de bond helemaal geen overweging.”
“Deze winter heeft ze zich ten doel gesteld het WK Allround te rijden met de intentie te winnen. Dan doe je niet vlak ervoor mee aan een sprinttoernooi. Ik heb geopperd de volgorde van de twee evenementen in het Vikingskipet om te draaien, zodat Takagi een unieke kans zou krijgen om binnen vier dagen twee keer wereldkampioene te worden. “Dat zou geweldig zijn voor de gehele sport, dunkt me. Als je zou beginnen met het allroundtoernooi zou Miho in staat zijn zich daarna op de sprintvierkamp te richten. Zo zou er een heel goede sprintster aan het deelnemersveld bij de vrouwen kunnen worden toegevoegd. Het lijkt me dat je de sterkt mogelijke startlijst wilt hebben. Nee hoor, er wordt bij de ISU gereageerd alsof je gek bent. In mijn optiek telt het belang van het schaatsen niet in de hele discussie. ‘Ja, we moeten rekening houden met de tv-uitzendingen, dus dat doen we niet’, is de reactie. Heel teleurstellend.”
“Ik zit midden in die sport”, vervolgt De Wit in een adem zijn verhaal. “Vanuit die positie probeer ik voortdurend voor de sport te denken en de schaatsers. Zo heb ik ook een jaar of drie, vier terug allerlei plannen geschreven voor de ISU waarvan ik niets meer heb gehoord.
Een van de ideeën was een agenda waarop aan het einde van het seizoen drie WK’s stonden gepland. Drie wereldkampioenschappen, steeds met een weekend ertussen, op drie continenten. Het idee erachter was dat een schaatser aan alle toernooien zou kunnen deelnemen. Daar is niets mee gedaan. Sterker nog, alle WK’s werden in een weekend gestopt. Twee jaar geleden waren de WK’s Allround en Sprint in drie dagen, hier in Hamar zijn ze nu uitgesmeerd over vier dagen.”
Hij mist nadrukkelijk de visie bij de bestuurders van het overkoepelende orgaan. “Het belang van het verder ontwikkelen van de schaatssport is er totaal niet, wat hartstikke jammer is. Ik ben van mening dat je schaatsen heel groot kunt maken. Wij rijden vaak wedstrijden in van die donkere holen, zoals in Polen (Tómaszow Mazowiecki), of in Noorwegen (Stavanger), maar waarom is dat nodig? Daar zit geen hond op te wachten. Van mijn vrienden, dat zijn allemaal oud-schaatsers, kijkt er niemand naar die World Cups. Vinden ze geen zak aan. Het zou anders zijn als we een paar keer zo’n wedstrijd houden op de Jaap Edenbaan in Amsterdam. ‘Nee’, hoor je dan van de ISU, ‘die races zijn niet eerlijk omdat de een meer last heeft van de wind of een blaadje op de baan’. De populariteit van de sport is dus van ondergeschikt belang.”
De irritatie in zijn stem is nu goed hoorbaar. “Waarom zijn er geen World Cups in Boedapest, Collalbo of in Innsbruck? Je zou je moeten bekommeren om het populairder maken van de sport. In 2018 vroeg de ISU aan de Japanse bond om een tweede World Cup te organiseren – naast die in Obihiro – omdat Changchun zijn World Cup had teruggegeven. De bond vroeg mij om een mogelijke locatie. Ik zei direct: de buitenbaan in Tomakomai. Vlakbij Sapporo, goed bereikbaar, en ik wilde graag buiten schaatsen. Tijdens de trainingen stonden de coaches sneeuw te schuiven, dat zijn dingen die erbij horen. Herinner je je het recente verleden waarin het Bislett-stadion stampvol zat met publiek. Zo zou het moeten zijn, ook nu.”
De World Cups zijn volgens de Noord-Hollander tot nutteloze gedrochten verworden. “Flauwekulwedstrijden, rekenen, het gaat om puntjes binnen hengelen. Heeft niets meer met schaatsen te maken. Er wordt nergens om gestreden. Wanneer je vroeger een World Cup won, was je heel wat. ‘Hij heeft een World Cup gewonnen’, zo sprak men over je. Nu is het na een zege: ‘Oh, dan heeft-ie zestig punten en staat hij zo hoog in het klassement en kan hij de volgende race overslaan’, dat is tegenwoordig de trend. Het zou moeten veranderen, maar elke poging die je onderneemt, is kansloos. Ik ben al een tijdje actief in de top van de schaatswereld. Soms wordt er door de ISU een bijeenkomst georganiseerd voor alle coaches. Die worden dan naar hun mening en ideeën gevraagd. Wat je ziet is dat jonge, nieuwe collega’s zich goed hebben voorbereid, in de veronderstelling dat ze met hun voorstellen wat kunnen bereiken. De oudere langer zittende coaches bevinden zich meestal achterin de zaal en hebben niets gedaan, omdat ze weten dat alle bedachte plannen zo de prullenbak in verdwijnen.”
De frustratie verpakt hij in zijn slotstatement. “Weet je: zodra je denkt dat het geen zin meer heeft, is de schaatssport iemand kwijtgeraakt die een positieve bijdrage had kunnen leveren. Ja, ik heb het ook opgegeven, terwijl ik nog maar 42 ben. Deze sport zal nooit meer groot worden. Eeuwig zonde. Al hoop ik dat ik wat dat betreft ongelijk zal krijgen.”
Alle info over de WK's in Hamar vind je hier