Een allround sprinter worden, dat was de ambitie waarmee Hempenius (24) vorig seizoen begon. Op de 100 en 200 meter was hij al de beste van Nederland, ook op de 500 en 1000 meter wilde de man uit Burgum een woordje meespreken. Met een ander trainingsprogramma moest hij meer inhoud kweken, uiteraard met de gedachte dat er niet te veel ingeleverd zou worden op de 100 en 200 meter. “Ik dacht dat er meer in zat, dat ik ook op de 500 meter competitief kon zijn en zelfs op de 1000 meter”, blikt de Burgumer terug. “Achteraf moet ik eerlijk toegeven dat die laatste afstand te veel van het goede was. We hebben alles uit de kast gehaald, hebben alle facetten van mijn topsportleven bekeken om sterker te worden op de lange afstanden.”
De winnaar van het brons tijdens het EK in L’Aquila in 2022 kwam niet goed uit de verf in de wedstrijden, zeker op de momenten dat hij zich moest bewijzen om weer in de selectie van bondscoach Valentina Berga-Belloni te geraken. Op het NK in Rotterdam greep Hempenius naast de gouden medailles, en een ingelaste 100 meter voor de marathon in Heerde leverde weinig spectaculairs op. De Europacup in Heerde was de laatste strohalm om nog mee te mogen naar het EK in Oostende. “Het was ontzettend frustrerend om zo te worstelen met die wedstrijden. Elke keer voelde ik me sterk, in de trainingen ging het goed. Het moest het een keer op zijn plek vallen, maar dat gebeurde niet. Ik begon te twijfelen of we de juiste route gevolgd hadden.”
De nuchtere Wâldman maakte elke wedstrijd een montere, opgewekte indruk. Onderhuids was dat wel anders. “Het vrat aan mij”, vertelt hij. “Ik probeerde me elke keer weer op te laden en werkte keihard, wist waarvoor ik het deed. Toch sloop er op een gegeven moment twijfel in. Als dat vier of vijf wedstrijden gebeurt, dan is het heel lastig jezelf weer te resetten en weer met genoeg overtuiging de volgende wedstrijd te beginnen. Zodra je er vooraf niet in gelooft, kun je beter niet starten. Dan wordt het sowieso niks. Ik ben geen topsporter geworden om zo te worstelen. Hiervoor investeer ik er niet zoveel energie, tijd en financiële middelen in.”
Het blijft balanceren op een dun koord, geeft Hempenius toe. Hij moet naast het skeeleren werken om rond te komen. “Ik ben blij met de faciliteiten waar ik dankzij Gewest Fryslân toegang tot heb, maar financieel is het niet makkelijk. Ik moet gewoon werken, al heb ik nu voor mezelf een goede positie gecreëerd.” Hempenius kon als schaatstrainer aan de slag bij de Sven Kramer Academy, haalde zijn trainingspapieren en combineert dat nu met zijn professie als inlineskater. “Dat doe ik met ontzettend veel plezier, het past goed bij mij als sporter maar geeft ook vrijheid om daarnaast veel tijd te investeren in mijn eigen sportcarrière. Wat dat betreft kan het niet beter.”
Toen Hempenius’ skeelerzomer na de Europacup in Heerde abrupt ten einde kwam, was er tijd om te reflecteren. Eerst nam hij tijd om fysiek en mentaal volledig te herstellen, om vervolgens na te denken over zijn toekomst. Hij zocht naar antwoorden en kwam vrij snel met de conclusie. “Ik heb vrij snel naar Bianca (Roosenboom, zijn coach, red.) en mijn directe omgeving uitgesproken dat ik er zo niet mee wilde stoppen. Dat het een jaar niet loopt, wilde niet zeggen dat ik klaar was en ben met deze sport. Ik heb meer in mijn mars, er is veel groei mogelijk en ik kijk naar EK’s en WK’s met het idee dat ik daar kan meedoen.”
En dat moet vooral gebeuren op de 100 en 200 meter. Die afstanden passen het best bij het wapenarsenaal van Hempenius, is de wijze les van afgelopen seizoen. “De beloning van de arbeid wil je in resultaat terugzien, met een medaille, een podium of een trui op een NK. Dat lukte vorig jaar niet, dit jaar moet ik terug naar die positie”, weet Hempenius, die zijn ambitie om een allround sprinter te worden definitief heeft laten varen. “Ik wilde op vier afstanden de beste worden, maar in plaats daarvan telde ik op mijn eigen nummers ineens niet meer mee. Ik dacht dat het mogelijk was, het was een weloverwogen keuze. Het liep helaas anders, mijn lichaam dacht er anders over en ik kreeg de rekening gepresenteerd. Balen, maar het nieuwe seizoen begint met een schone lei.”
De overtuiging die Hempenius vorig jaar steeds moeilijker kon vinden, is terug. Het brons van L’Aquila is brandstof voor de rappe Burgumer. “Ik heb twee heel goede seizoenen gedraaid, dat gevoel is na een minder jaar niet weg. Ook al is het in 2024 niet gelukt, ik weet wat ik kan en dagelijks kijk ik naar die EK-medaille. Die ligt daar niet voor niks...”
In De Westereen stond er voor Hempenius - een van de weinige toprijders aan de start van de eerste wedstrijd om de nationale baancompetitie - een 500 meter op het programma, juist de afstand waar hij deze winter in investeerde. Hij moest in de eindstrijd zijn meerdere erkennen in Glenn Nijenhuis, Teun Schouten en Steyn Wagenaar. Bij de vrouwen pakte Fleur Huls de overwinning op de 500 meter.
De lange afstand bij de mannen werd gekleurd door de rijders van Development Team Fryslân. Robin Metz, Jarno Haitjema en de eerdergenoemde Wagenaar reden sterk, maar waren aan het eind van de race toch niet opgewassen tegen Joël Haasjes. Hij pakte de winst op de puntenkoers. Bij de vrouwen was de winst wel voor de rijdsters uit de Friese selectie, Elbrich Nicolay van de organiserende vereniging IDS won.
Uitslagen verschijnen hier.