Misschien was het met Johan Talsma nóg rapper gegaan, als Jac Orie in maart 2022 een whatsapp-bericht van Siep Hoekstra wat serieuzer zou hebben genomen. ‘Ik heb hier een bijzonder talent dat ik uit de schoolbanken en z'n kaplaarzen heb getrokken. Zou jij hem eens willen testen?’ Het waren woorden van die strekking in een lang bericht aan de schaatsbaas van Jumbo-Visma. De hoofdcoach van Team FrySk kreeg geen reactie. De toen 17-jarige knaap uit Hallum bleef gewoon zitten waar-ie zat. Dat voelde vertrouwd, onder de vleugels van de marinier.
Inmiddels is Talsma twintig en heeft hij zich deze winter duidelijk ontwikkeld als sprinter. Zijn naam begon te circuleren in de schaatswereld: Team IKO toonde interesse, maar na een gesprek bleef het stil. Twee weken later kwam er echter wél beweging in zijn toekomst: ‘Johan, ik heb Gerard van Velde aan de lijn, die wil je spreken,’ kreeg hij te horen na een training."
De dinsdag erop onderging Talsma een zogenoemde VO2max-test, waarvan de uitslag bepaald niet slecht was. De Reggeborgh-staf wilde meer weten, dus er volgden andere onderzoekjes. Er waren nog geen drie uur om, toen Van Velde – op dat moment in Hamar voor het WK Afstanden - naar Talsma belde. Het kwam tot een kort onderhoud, met een onverwacht slot. “Gerard zei: ‘Je kunt bij de ploeg’. Dat ging wel heel snel voor me, want ik had verwacht dat ik misschien voor een gesprek zou worden uitgenodigd, zodra Van Velde terug zou zijn in Nederland…”
Plots hoort hij bij de meest succesvolle schaatsformatie van Nederland. Bij FrySk was hij seizoenenlang de enige jongen voor het sprintwerk, straks traint hij met de snelste ijsglijders van het land: De Boo, Stefan Westenbroek, Janno Botman, Tim Prins, Kjeld Nuis en Wesly Dijs.
“Het voelt een beetje als een snoepwinkel, ’t is nog wat onwerkelijk”, moet Talsma erkennen. "Bij De Zilveren Bal (sprinttoernooi aan het einde van het seizoen, red.) sprak ik Stefan even kort, en laatst ontmoette ik Wesly. Verder ken ik ze nog niet. Maar ik heb niets te klagen. Naar mijn idee zit ik bij het beste team waar ik ook de meeste progressie kan boeken. Bovendien heb ik door de gesprekken die ik inmiddels heb gevoerd met Gerard en Dennis (van der Gun, assistent-coach, red.) het idee dat dit precies is wat bij me past. De tijd zal leren of dat ook zo is.”
Weer even terug naar zijn gids Hoekstra die zijn provinciegenoot sinds zijn vijftiende begeleidde. Laat de sportfanaat een reclamespotje maken over de meiden en gasten die hij onder zijn hoede heeft, en veel van hen zal hij daarin de allure meegeven van een gearriveerde topper. “Noem mij de naam van een andere schaatser die uit stand, of beter, de schaatshouding, 1,35 meter hoog springt, met een voet lengte afstand van de (afzet)kist. Dat doet niemand”, beweert hij enthousiast.
Tijdens het NK Afstanden in februari scherpte Talsma zijn persoonlijk record op de 500 meter aan tot 35,33 seconden, maar Hoekstra kent geen twijfel: “Johan kan 34 seconden schaatsen. Sterker nog, die kan ook 33 rijden. Als zijn programma goed is. Ik weet het, je kunt alles voorspellen, maar je moet niet vergeten dat we niet met robots te maken hebben. Ik heb een heilig vertrouwen in hem. Hij won de Zilveren Bal voor junioren en schreef ook de kortebaanwedstrijd in Nijelamer op zijn naam. Zijn naam prijkt nu tussen gerenommeerde schaatsers op de erelijst."
Talsma kan erom lachen. Van die natuurijswedstrijd had hij voordien nauwelijks gehoord, om de simpele reden dat het nog zelden hard genoeg vriest. “Ik zou die avond op school een docent helpen met wat zaken, totdat Siep belde. ‘Je moet even meedoen’, was de mededeling. Het kwam uit het niets, maar het vele starten ging me goed af, want ik won 's avonds. Het jaar erop werd ik tweede, opnieuw een teken dat het me lag. Ik bleef wel de nuchtere Fries. De topschaatsers ontbraken. Ik vond het leuk om er te winnen.”
De peptalks vormen Hoekstra’s methode om z’n rijders meer in zichzelf te laten geloven. Dat gaat hem goed af. “Ik heb het er vaak over gehad met Siep. Ik zou beter moeten kunnen. Natuurlijk is er altijd vertrouwen geweest in mijn kwaliteiten, maar ik zat steeds wat te ver van de top af en wist dat ik nog grote stappen moest maken. Het probleem was een beetje dat er in Friesland nauwelijks sprinters zijn. Ik was de enige in de ploeg, was op mezelf aangewezen. Mijn tijden verbeterden zich wel. Alleen, het ging niet heel snel”, aldus de voormalig turner die bij dezelfde club als Marijke Groenewoud (Ferwerter Iisclub) is begonnen.
Team FrySk, actief op de langebaan en in de marathoncompetitie, zal komende winter in afgeslankte vorm op het ijs verschijnen. Na de 'sanering' blijven er achttien of negentien mannen en vrouwen over. Vooral in de mannengroep wordt stevig gesneden, want acht schaatsers vertrekken al dan niet gedwongen. De bekendste is Marwin Talsma, die nog niet weet wat hij gaat doen. De anderen zijn Jasper Tinga, Mathijs van Zwieten, Dyon Talsma, Jasper Krommenhoek (Team Reggeborgh), Johan Talsma (Team Reggeborgh) en Jesse de Lange. Ook gaat Sanne Oosterwijk weg.
Nieuwe namen zijn Niels van Reeuwijk (KTT Midden Oost), Chris Brommersma (marathonteam Spieren voor Spieren) en Isa Leroy (TalentNED). Er wordt nog gesproken met een vrouw.
De blijvers: Jelle Koeleman, Colin van Duivenvoorde, Michiel de Groot, Jornt Dijk, Sipke Sijtsema, Mervin Maatman, Robbert Jan van Hardeveld, Reina Anema, Esmee Visser, Kim Talsma, Naomi van der Werf, Hilde Noppert, Anna Marit Sybrandi, Vera van Ditshuizen, Ju-Lin de Visser.
“Afgelopen jaar sprak Siep me een keer goed toe. Zo van: ‘Er moet nu echt wat gebeuren, er moet meer getraind worden. Als je dat doet, kun je de stap zetten’. Dat wist hij, dat vertrouwen had hij en liet hij merken. Ik denk ook dat dat wel goed was. Hij is en blijft een militair in zijn doen en laten. Heel direct. Niet per se streng. ‘Dit moet gebeuren en zo zit het’. Daar kon ik heel goed mee omgaan. Zijn openheid heeft me toen geholpen, want ik heb lang op alleen mijn talent geleund. Dat zei hij bij herhaling.”
Meer toewijding en toegenomen zelfvertrouwen hebben hun vruchten afgeworpen. Talsma behoort vanaf het seizoen 2025-2026 tot het sprintersparadijs van Reggeborgh. Niet om hem te ontmoedigen, maar op de seizoensranglijst van snelste Nederlanders op de 500 meter staat zijn naam nog net in de top-20: negentiende plaats. De Boo (1e, 33,87), Westenbroek (4e), Botman (5e), Prins (7e), Mats Siemons (14e) en Kjeld Nuis (17e) waren sneller. Kortom, er valt nog veel te winnen. Johan, die op 14 februari tijdens het NK Afstanden zijn pr verbeterde tot 35,33 seconden, laat zich niet gauw gekmaken. “Ik ben van mezelf nogal rustig en relaxt. Het komt wel goed hoor.”
Dat zouden ook de woorden van zijn nieuwe ploeggenoot Jenning de Boo kunnen zijn....