Als er geen ijsvloer ligt in het Mediolanum Forum Assago staan er meestal baskets opgesteld in de enorme hal die aan 12.000 bezoekers plaats biedt. Basketbalclub Pallacanestro Olimpia Milano speelt er zijn thuiswedstrijden, en naar verluidt kan het dan goed spoken. “Het is een megagrote hal, met gigantische tribunes om de baan. Wel is het oud van binnen, zelfs wat oubollig, en van buitenaf is het net een bunker. De baan is breed, en het ijs vind ik prima, dus dat zijn goede zaken voor een olympisch shorttracktoernooi, toch?”, stelt Daan Kos, die sinds maandag in Noord-Italië is voor World Tour 6.

Daan Kos laat de olympische hal zien.

En testevent of niet, na de gebruikelijke kwalificatiedag (vrijdag) wordt het weer keihard knokken om de finaleplaatsen tijdens het weekend, op drie individuele onderdelen en de drie aflossingsraces. “Daar gaat dan ook snel de aandacht naar uit, zodra je binnenkomt. De eerste aanblik van het stadion is indrukwekkend, daarna zijn we allemaal weer gefocust op wat we komen doen: trainen. Wat ik verder hoop, is dat ik hier volgend jaar opnieuw rondschaats. Dat betekent dat ik erbij ben op de Olympische Spelen.”

Die gedachte eraan is bij de 22-jarige Kos pas in 2022 gaan leven, toen hij als ontluikend talent de succesvolle medaillejacht van Oranje met aandacht volgde via de televisie. “In mijn jongere jaren was ik er niet veel mee bezig. De Spelen van Beijing heb ik intensief bekeken, die van Pyeongchang ook, maar die van Sochi (2014, red.) zeiden me niet zoveel. Sinds Beijing is het dichterbij gekomen, en nu ik in het Nederlands team zit, ligt de focus er helemaal op”, vertelt de Bredanaar die op de slotdag van de World Tour in Tilburg brons veroverde op de 1500 meter en met de ploeg van de aflossing een onvergetelijke, gouden race maakte.

Daan Kos in training
Het lijkt bijna gepland allemaal zoals de carrière van Daan Kos momenteel verloopt. | Foto: KNSB - Shapevisions

“Zulke stappen in een carrière helpen ontzettend. Een medaille pakken is iets waarvan je als klein ventje droomt. Ik heb altijd gedacht van als ik dit ooit zelf mag doen, is dat niet normaal. Vervolgens gebeurt het in eigen huis, in het eerste seizoen dat ik volledig meedraai op topniveau. Ik kan en mag echt niet klagen over hoe het gaat. Alles verloopt in de perfecte volgorde, en dat kan ik ook zeggen dan de grootte van de stappen die ik zet. Eerst mocht ik mee de World Cup in, proeven aan het EK, daarna werd het plaatsen en nu is het presteren geworden. Ik beweeg aardig de juiste richting op.”

Kos schrijft zijn ontwikkeling deels toe aan ploegmaat en steevast de uitblinker in de wedstrijden, Jens van ’t Wout. De import-Fries is een soort meetlat voor de rest. “We kunnen ons steeds vergelijken met wat hij kan en doet. Zo tast je niet voortdurend in het duister waar je je zelf bevindt. Voorlopig blijft Jens wel next level. Waartoe hij in staat is, valt heel moeilijk na te doen”, is Kos eerlijk in zijn beoordeling.

Daan Kos close-up
Foto: KNSB - Shapevisions

Niettemin is aan alles te zien dat hijzelf continu verbetert. “Bij de start van de World Tour, in Montréal, is het wennen geweest, maar merkte ik dat ik rond het niveau van de rijders kwam die tot de kwartfinale reikten. Tijdens het toernooi in China (begin december, red.) verkeerde ik echter in de beste vorm van dit seizoen. Helaas lukte het niet veel ronden te overleven. Het zat niet mee. Ik wist wel dat het een keer goed voor me zou uitpakken, wat in Tilburg is gebleken. Ik geef toe: het was een gelukje dat bepaalde toplanden niet meededen (Korea en China, red.). Toch versloeg ik onderweg naar de finale genoeg andere toprijders, en in de halve finale heb ik vanaf de start op kop gereden zonder dat er iemand me wist te passeren. In China kreeg ik nooit de kans in die positie te komen. De kwartfinale van de 1000 meter was toen het eindpunt. Ik eindigde als vierde; Felix Roussel, Michal Niewinski en Niall Treacy waren de nummers 1, 2 en 3. En in de finale was de uitslag precies hetzelfde. Dan is het toch verklaard? Door pech viel ik terug van positie drie naar vijf. Er had meer ingezeten.”

Niet gewanhoopt, gewoon verder schaven aan de belangrijke facetten van de sport, en goed afkijken bij Van ’t Wout. “Die jongen is ontzettend goed. Hij schaatst met zo’n gemak en dat inhalen gaat zo soepel, hij heeft het allemaal onder de knie. Daar moet je echter niet voor terugdeinzen, maar omzetten in energie om zelf beter te worden en het hem lastiger te maken in de trainingen. We moeten mee met hem, omdat we zien dat hij veel medailles behaalt.” Kos gevraagd naar het voor hem meest favoriete wapen van Jens, hoeft hij nauwelijks na te denken. “Inhalen…., dat kan hij zó geweldig. Zijn passeer-skills zou ik wel willen hebben. Ik heb gelukkig nog wat jaren om daaraan te sleutelen.”